foto Gerard Boukes
foto Gerard Boukes

Een terugblik op de eerste fase van Hollandse Luchten: wat zijn de belangrijkste lessen en waar zijn we trots op?


Hollandse Luchten is nu een half jaar onderweg. Met drie pilots in regio IJmond, Buiksloterham en binnenkort Zaanstad, brengen we middels burgermetingen de leefomgeving van Noord-Holland in kaart. Het is een gezamenlijk onderzoeksproject waarin we de afgelopen periode veel hebben bereikt, maar ook veel hebben geleerd. Wat zijn de eerste successen en wat zijn de belangrijkste lessen? In deze blog blikken we terug op deze eerste periode van Hollandse Luchten. 

Ondanks het project nog in volle ontwikkeling is, hebben we al een lange weg met z’n allen afgelegd. In februari en maart zijn we gestart met het ontwerpen van de eerste prototypes van de luchtkwaliteitsensorkits en het aanleggen van de data infrastructuur. Vervolgens zijn de eerste vijf HoLu-sensorkits getest in de regio IJmond op verzameling van data, kwaliteit van de hardware, het netwerk en de behuizing. Op basis van de verbeterpunten die we in deze fase tegenkwamen, zijn we in april begonnen met het produceren van de eerste 100 prototypes van de HoLu-sensorkit. In de zomer zijn we bijeenkomsten gaan organiseren waarin we samen met inwoners de meetstrategie hebben ontwikkeld en de sensorkits in elkaar hebben gezet. Tenslotte werd eind juni de eerste versie van het burgermeetnetwerk gelanceerd in de IJmond regio.

 

Belangrijkste lessen
Hollandse Luchten is een participatief project waarin we verschillende processen voor het eerst verkennen. Zo is de samenstelling van het partnerschap tussen Waag, bedrijven en overheidsorganisaties nieuw en is de productie van de sensorkits nog nooit op deze schaal gedaan. De 200 HoLu-sensorkits worden met een modulair ontwerp gebouwd en als bouwpakket uitgedeeld, zodat iedereen een sensor in elkaar kan zetten met de HoLu-sensorkit handleiding. Op deze manier leren deelnemers uit welke onderdelen de kit bestaat en kunnen ze ook zelf de defecte onderdelen vervangen wanneer dit nodig is. De HoLu-sensorkits zijn een prototype waarbij de ervaringen van gebruikers gedurende de pilots bijdragen aan het verdere ontwikkelingsproces van de technologie.

Deze aanpak heeft natuurlijk ook nadelen. Enkele HoLu-sensorkits functioneerde niet volledig doordat ze niet zijn geïnstalleerd of omdat er iets mis ging tijdens het montageproces. Begeleiding bij het montage- en installatieproces is dan ook van groot belang. Een andere opmerkelijke les is dat enkele HoLu-sensorkits in Wijk aan Zee last hebben van oxidatie doordat het dorp veel vocht en zout in de lucht heeft. Dit heeft invloed op de levensduur van de sensorkit.

Gedurende de eerste helft van de pilot hebben we ook veel geleerd over het netwerk dat het versturen van de data mogelijk maakt. De HoLu-sensorkits maken gebruik van een Internet-of-Things netwerk: LoRaWAN (Long Range Wide Area Network). Dit open source netwerk maakt het mogelijk om data met minimaal stroomverbruik over lange afstanden te verzenden en iedereen kan zijn of haar apparaat aan het netwerk gratis verbinden. Wanneer deelnemers de HoLu-sensorkit aan het netwerk verbinden, hoeven ze de sensor dus niet bij een netwerkleverancier te registreren. Zodra de HoLu-sensorkit is aangesloten bij de netstroom, stuurt de kit automatisch data door.

Het opzetten van het LoRa netwerk is en blijft een uitdagend proces. Een netwerkstoring van netwerkleverancier The Things Network zorgde in juli voor een verstoorde netwerkverbinding in IJmuiden en Beverwijk. De netwerkproblemen in IJmuiden zijn kort daarna opgelost, maar helaas is de dekking in Beverwijk nog niet volledig. Tot op heden is het nog niet gelukt om voldoende hoge gebouwen te vinden die ons toestemming geven de benodigde netwerkapparatuur te plaatsten. In een eerdere blog kon je lezen hoe we een derde partij hebben ingeschakeld om geschikte locaties te vinden om de LoRa gateways te plaatsen. De kou is nog niet uit de lucht, maar we blijven hard werken om ervoor te zorgen dat op korte termijn het netwerkinfrastructuur goed functioneert en aan de verwachtingen van dit project voldoet.

Eerste successen
Naast tegenslagen en waardevolle lessen hebben we samen al veel bereikt. Veel deelnemers zijn enthousiast over het zelf in elkaar zetten van de sensorkits en geven aan dat het modulaire ontwerp een educatieve functie heeft. Ook kijken we met plezier terug op de eerste community bijeenkomsten in juni en juli. Samen konden we hier vragen en zorgen over de status van de luchtkwaliteit bespreken en omzetten in een meetstrategie. NH Nieuws ging in gesprek met bezoekersvan de avond en schreef het volgende verslag. Daarnaast publiceerde Het Parool een uitgebreid artikel over de beweegredenen van deelnemers om mee te doen met Hollandse Luchten en maakte Nieuwsuur een reportage over het fenomeen citizen science en ziet Hollandse Luchten als een voorbeeld daarvan.

Een van de grootste overwinningen vond plaats in het begin van het project. Namelijk dat Tata Steel de data van haar eigen meetstation “de Bosweg” openbaar heeft gemaakt via het visualisatie platform van Hollandse Luchten. Deze data is waardevol voor bewoners van de IJmond regio, maar ook voor de instellingen die de data analyseren.

Ook in de ontwikkeling van de HoLu-sensorkits hebben we successen behaald. Na een lang en complex kalibratieproces konden we de eerste groep HoLu-sensorkits uitdelen met stikstofsensor tijdens de eerste dataverkenningssessie op 10 december in Wijk aan Zee. NH Nieuws schreef een verslag van de avond. Deze uitgebreide HoLu-sensorkits meten niet alleen PM2.5 en PM10, maar ook stikstofdioxide (NO2) en ozon (O3). Tijdens deze sessie werd in een presentatie van de GGD Amsterdam ook duidelijk dat de data afkomstig van de HoLu-sensor in relatie met officiële metingen van goede kwaliteit is.

Een andere belangrijke ontwikkeling in het project is het ontstaan van het aanvullende meetnetwerk. Dit meetnetwerk is beschikbaar gesteld door de GGD Amsterdam en meet met TEOMs-sensoren de stof PM10. Dit netwerk is ook onderdeel van de meetdata van Hollandse Luchten en draagt bij aan een gedetailleerd beeld van de leefomgeving.

We zijn benieuwd naar jouw ervaring!
We kijken met plezier terug op het afgelopen halfjaar. Na een vruchtbare eerste dataverkenning in Wijk aan Zee (link naar verslag) kan het project nu de volgende stappen gaan nemen. In 2020 zullen we met Hollandse Luchten de tweede fase ingaan. Een fase waarin we met de verzamelde data naar een volgend niveau gaan en verdieping centraal staat. Hoe kan ik aan de slag met mijn data? Welke visualisatietools kan ik gebruiken om mijn vragen inzichtelijk te maken? Deze vraagstukken zullen in de volgende periode een belangrijk rol spelen. 

We danken iedereen die zich heeft ingezet de afgelopen periode en kijken uit naar het nieuwe jaar. Ook zijn we benieuwd naar jullie ervaringen van deze eerste fase Hollandse Luchten. We horen graag jullie ideeën, feedback en opmerkingen via het contactformulier.  


Wist je dat? Het RIVM heeft de tool Shiny Apps ontwikkeld waarmee je de data afkomstig van jouw sensor gedetailleerd kan analyseren. Het RIVM maakt een laatste slag aan de tool. Deze is vanaf het voorjaar 2020 openbaar.